De Dam als decor
voor verhalen
Veertig bijzondere verhalen over Dam
De meeste mensen die de Dam kennen, veronderstellen dat dit plein in haar lange geschiedenis slechts één monument heeft gekend: het Nationaal Monument. Weinigen beseffen dat er twee voorlopers waren, dat ‘Naatje’ ooit op de Dam prijkte en dat er → Lees verder
In de tweede helft van de 19de eeuw werden veel Nederlandse ondernemingen gedreven door buitenlanders. Een van hen was Adolf Wilhelm Krasnapolsky (1834-1912), de stichter van het gelijknamige hotel – of in de wandeling kortweg ‘Kras’. Hij was aanvankelijk werkzaam → Lees verder
Het in 1934 voltooide bakstenen pand op de hoek van de Dam en het Damrak van architect Jan Gratama, kent een lange voorgeschiedenis. Eerdere bebouwing op de deze locatie werd voor 1563 ’t Suykerhuis genoemd; daarna het huis Sint Nicolaes → Lees verder
De geschiedenis van het straatdraaiorgel of pierement voert terug tot circa 1850, toen de Italiaan Ludovico Gavioli in Parijs begon met de vervaardiging van kleine straatdraaiorgels. De ontwikkeling ervan kreeg in 1892 een belangrijke impuls door het patent op het → Lees verder
Na de in juni 1945 in het Damplantsoen gerealiseerde erehal of het mausoleum verrees in 1947 op dezelfde locatie een Tijdelijk Nationaal Monument naar ontwerp van de architecten A. Komter en A.J. van der Steur. Het bestond uit een vier → Lees verder
De Dam kende en kent vele vormen van vermaak. Tot de oudste daarvan behoort de poppenkast, waarvan de geschiedenis tot ver in de 19de eeuw teruggaat. In 1886 kreeg Antoon A. van Hemert een eerste officiële vergunning voor de Dam → Lees verder